We staan klaar om u te helpen.

Protocollen gebruiken

Met protocollen kunt u veelgebruikte onderzoekstypen volgen en gemakkelijk scans van de gewenste weergaven labelen. De beschikbare protocollen zijn te vinden bij onderstaande voorinstellingen:

  • Longprotocol
    • Beschikbaar in de voorinstellingen Long of Long pediatrisch
  • Aortaprotocol
    • Beschikbaar in de voorinstellingen Aorta en galblaas, Abdomen en Abdomen diep
  • Hartprotocol
    • Beschikbaar in de voorinstellingen Hart, Hart diep en Hart pediatrisch
  • eFAST-protocol
    • Beschikbaar in de voorinstellingen FAST, Abdomen en Abdomen diep
  • DVT-protocol
    • Beschikbaar in de voorinstelling Vasculair toegang: diepe vene 

Onze protocolfunctie helpt bij het labelen, wat echografisch onderzoek efficiënter kan maken en de benodigde hoeveelheid tijd per patiënt kan verminderen. Protocollen zijn beschikbaar voor Butterfly Pro-, Pro Team- en Enterprise-gebruikers.

Protocollen gebruiken:

  1. Selecteer in het scanscherm de voorinstelling met het gewenste protocol.
  2. Selecteer 'Acties' in de rechterbenedenhoek van het scherm.
  3. Selecteer het protocol dat u wilt gebruiken.
  4. De selectietool voor weergaven toont de relevante weergaven voor dat protocol op het scherm.
  5. Selecteer de weergave die u wilt scannen. 
  6. Onder aan het scanscherm verschijnt automatisch een label voor de geselecteerde weergave.
  7. Leg een clip of stilstaand beeld vast.
  8. Na het vastleggen van het beeld of de clip ziet u opnieuw de selectietool voor weergaven. Met een vinkje wordt aangegeven dat een weergave al vastgelegd en gelabeld is. 
  9. Selecteer een weergave om verder te gaan met labelen. 

Opmerking: alle weergaven zijn optioneel. U kunt elke weergave selecteren, waaronder weergaven die u al hebt vastgelegd als u meerdere weergaven van dit gebied wilt vastleggen.

Een label voor de protocolweergave bewerken:

  1. Selecteer een weergavelabel om de bewerkmodus te activeren. Er verschijnt een potlood naast het label.
  2. U kunt een weergavelabel verplaatsen door het in de bewerkmodus naar de gewenste positie te slepen.
  3. Tik op het potlood om een weergavelabel te wijzigen. De selectietool voor weergaven verschijnt opnieuw en u kunt een nieuwe weergave selecteren.

U kunt een protocol verlaten door in de selectietool voor weergaven 'Werkstroom sluiten' te selecteren, de huidige voorinstelling te verlaten, de X naast de longprotocolknop te selecteren of een onderzoek te uploaden.

Opmerking: de beelden die u tijdens het gebruik van het protocol heeft vastgelegd, blijven na het afsluiten van een protocol opgeslagen in de onderzoeksrol, zodat u ze kunt evalueren en uploaden. De voortgang van de selectietool voor weergaven wordt echter gereset.

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 10 van 14
Bedankt voor uw feedback

Het spijt ons dat uw vraag hiermee niet beantwoord is. We staan klaar om u te helpen. Neem contact met ons op